Je hebt de zithoek staan en dan is die salontafel nog de laatste stap, want die hoeft alleen maar te passen en mooi te zijn. In de praktijk is het het meubel waar het vaakst iets aan schort. Hij staat te ver weg om je kopje neer te zetten, hij is te hoog waardoor je erover heen kijkt, of hij is zo groot dat je er zijwaarts langs moet. Dat komt doordat de maten van zo’n blad niet op zichzelf staan, maar volgen uit de zithoek die er al is.
De hoogte volgt de zitting
Het prettigst zit een blad dat ongeveer op zithoogte blijft of een paar centimeter lager. Dan zet je een glas neer met je arm licht gebogen en hoef je niet te bukken. Komt het blad hoger dan de zitting, dan kijk je er tijdens het zitten tegenaan en oogt de hele hoek voller dan hij is. Is het blad juist heel laag, dan wordt het meer een plek voor spullen dan voor gebruik, want je moet er telkens voorover voor. De zitting is dus je uitgangspunt. Met die hoogte in je hoofd weet je binnen welke marge je zoekt, en valt de helft van het aanbod meteen af zonder dat je er verder naar hoeft te kijken.
De maat en de vorm volgen de opstelling
Tussen de zitrand en het blad houd je ongeveer een doorloop over waar je benen langs kunnen, en dat bepaalt meteen hoe breed het blad mag zijn. Bij een lange rechte opstelling werkt een langwerpig model goed. Bij een hoekopstelling pakken twee losse salontafels van verschillende hoogte vaak beter uit, omdat je ze verdeelt over de plekken waar echt gezeten wordt. Ze schuiven bovendien opzij als er visite komt. Rond of ovaal loopt makkelijker in een smalle kamer, want daar is geen hoek die uitsteekt. Dat scheelt stoten.
Wat er op het blad ligt bepaalt het materiaal
Een blad waar dagelijks bekers op staan vraagt iets anders dan een blad met alleen een schaal erop. Keramiek en gehard glas nemen vlekken niet op en zijn zo weer schoon, terwijl geolied eiken warmer aanvoelt en een kringetje langzaam opneemt in de nerf. Wat er verder allemaal op belandt kan beter naar de wand, en daar zijn kasten met dichte fronten geschikt voor, omdat boeken, snoeren en spelletjes dan uit het zicht zijn zonder dat het blad vol raakt. Hoe lager zo’n meubel blijft, hoe meer lucht er boven overblijft.
Zo werkt het blad samen met de rest
Als de hoogte klopt met de zitting, de breedte met de doorloop en het materiaal met het gebruik, valt de tafel eigenlijk niet meer op. Je zet er iets op zonder erover na te denken, je loopt er zonder omweg langs en ’s avonds staat er alleen op wat er die avond op hoort. Een vloerkleed eronder trekt daarbij de grens van de hele hoek, waardoor de tafel bij de zithoek gaat horen. Het blad doet dan het werk waar het voor bedoeld is, en de rest van de kamer blijft vrij.
